Groepjes kiezen in de gymles: het maakt of het breekt je!

Van onze partner gymspiratie.nl delen we een interessant artikel over hoe je bij het kiezen van groepjes leerlingen kunt maken of breken. Vooral het breken kan traumatische gevolgen hebben voor degene die als laatste gekozen wordt. We gaan daar nog wel eens, en ook ik heb me daar schuldig aan gemaakt, snel aan voorbij wanneer we zeggen: “Maak snel even groepjes.” Maar beeld je nu eens in en verplaats je in jouw leerling: smachtend wacht je totdat je naam genoemd wordt, weer niet, je kijkt naar degene die mag kiezen, misschien krijgt ie wel een naam ingefluisterd en dan niet jouw naam, of ze hebben het over jou, maar besluiten toch een ander te kiezen. Dit komt echt binnen! Ook later kun je hier nog last van krijgen. Dat wil natuurlijk niemand! Wil je weten wat goede opties zijn om groepjes te maken, zonder daarbij te vervallen in het nummeren van leerlingen (wat natuurlijk geen probleem is), lees dan het artikel op de site van Gymspiratie.

Heb je zelf ook een goede tip, zoals degene hieronder, reageer dan gerust en we zetten jouw tip erbij!
– Snel een tikker kiezen door een lotingsvorm. Klik hier voor de uitleg.

 

De scheids heeft altijd gelijk, zelfs als hij geen gelijk heeft!

Regelmatig zie je het gebeuren op tv, op de sportvelden, maar ook in de gymzaal: het commentaar geven op de leider van het spel. In de voetbalwereld is het bijna de normaalste zaak van de wereld geworden om de scheidsrechter af te vallen als de genomen beslissing niet degene is die je wilt. Wij vinden het dan normaal om op dat moment allerlei verwensingen te uiten aan het adres van de scheidsrechter.

Kijk maar eens naar de tribune wanneer de scheidsrechter in het nadeel fluit van de mensen op de tribune: de (wegwerp)gebaren komen massaal de huiskamer in! Of wat te denken van de ouders die langs de lijn staan als hun jonge kinderen op zaterdag een potje voetballen. Afbeeldingsresultaat voor scheidsrechter boos spelersEn ook als spelers in het veld vinden ze het normaal om de beslissing van de scheidsrechter te beargumenteren, in twijfel te trekken en druk gebarend geven ze aan dat de scheidsrechter het absoluut verkeerd heeft gezien. En wat ook steeds meer gebeurt: de kinderen nemen het gedrag over van wat ze op tv zien, naar de praktijk van de gymles.

Er wordt, ook door de spelers in het veld, vooral een beroep gedaan op het onrecht wat hen wordt aangedaan. Onrecht voelt ook niet goed, begrijp me goed, maar onrecht hoort wel bij het spel. Dat laatste leg ik even uit, ook met de link naar het onderwijs, maar met heel veel raakvlakken op andere situaties.

“Onrecht hoort bij het spel”

Het is eigenlijk heel simpel: waar mensen de leiding hebben over het spel, daar worden fouten gemaakt. En zo lang wij willen dat het spel geleid wordt door mensen, dan moeten we accepteren dat er dingen fout kunnen gaan. En ja, dat is soms slikken als naar jouw idee een verkeerde beslissing wordt genomen, zeker wanneer de belangen zo groot zijn.

Maar het is wel een hele kunst om als leider van het spel alles in de gaten te houden. Wie zelf wel eens een spel heeft geleid, weet hoe moeilijk dit is. Je denkt daarna wel na voordat je een scheidsrechter of spelleider afvalt. En toch vinden we steeds meer dat we de beslissingen van de scheidsrechter of spelleider in twijfel mogen trekken. Afbeeldingsresultaat voor jongen middelvinger feyenoordAlleen maar omdat wij vinden dat wij gelijk hebben.

Hierin moet een gedragsverandering plaatsvinden, omdat we ons zelf gek maken, daarbij niet voor ogen houden dat het spel kapot wordt gemaakt en ook het spelplezier verdwijnt. Want daar draait het uiteindelijk wel om: we willen plezier beleven aan het spel dat we spelen.

“De scheidsrechter heeft altijd gelijk, zelfs als hij het fout heeft”

Toch is het haalbaar om op korte termijn de beleving weer terug te laten komen en het gezeur sterk te doen verminderen. Als eerste heb ik drie jaar geleden de regel bij mijn gymlessen: de scheidsrechter heeft altijd gelijk, zelfs als hij het fout heeft.” Dit moest ik wel even uitleggen.

Ik kwam op deze zin naar aanleiding van de film Scarface. Dat heb ik maar niet aan mijn leerlingen verteld. Wel legde ik aan hen uit, dat hierbij bedoeld wordt, dat de intentie van de spelleider is om het spel eerlijk te leiden. Hij wil de regels die er zijn handhaven. Daarbij kan de spelleider in jouw ogen het verkeerd hebben, en dus een fout maken, maar zijn intentie is dat hij de juiste beslissing neemt, anders zou hij die beslissing niet maken. Het gevolg was wel wat ik hieraan koppelde, dat wanneer iemand mijn beslissing aanvocht, ik diegene onmiddellijk eruit stuurde.Afbeeldingsresultaat voor omgaan verliezen sport kind

Dat leverde één keer een boos gezicht op, daarna niet meer gezien. En het gaf hen rust: in is in, uit is uit, geen commentaar, de leider bepaalt. Daarnaast werd ik zelf ook consequenter in mijn beslissingen, ging ik directer het spel leiden en ging ik nog beter kijken naar het spel. Met als resultaat dat meer leerlingen hun fouten accepteerden. En degene die het niet lukte, daar kwam ik mee tot de kern van het probleem.

Zo vertelde een leerling tegen mij: “Ik weet dat u gelijk heeft, maar ik kan er echt niet tegen dat ik word afgegooid.” Met die leerling had ik een gesprek, over zijn emoties en over de stappen die hij dan kon nemen. Het gevolg: hij vindt het nog steeds moeilijk, maar hij leert er wel mee omgaan en is er nu juist op gebrand om niet afgegooid te worden. Hij wordt nu eerder boos op zichzelf omdat hij niet er niet alles aan heeft gedaan om de bal te vangen, in plaats van de schuld bij de ander (o.a. de spelleider) te zoeken.

“Zodra je in het veld stapt, kun je winnen of verliezen”

Ook moeten de voorwaarden om aan een spel deel te nemen, duidelijk zijn. In mijn spelles geef ik altijd aan: “Zodra je in het veld stapt en aan het spel meedoet, kun je winnen of verliezen. Kun je dat accepteren, dan ben je welkom. Niet? Dan kun je niet meedoen.” Deze is wel hard, maar bij sommige kinderen is deze voorwaarde wel heel erg nodig. Die accepteren geen verlies, alleen maar winst.

Op zich prima, maar het heeft grenzen: de regels van het spel. En ja, dan zit er maar een leerling aan de kant. Het spel moet rationeel gespeeld worden, en niet vanuit emoties. Dan benadeel je maar één leerling, in plaats van 25 anderen, die het spel wel op de juiste manier willen spelen. Zo heb ik één keer een leerling gehad die hier geen volmondige ‘ja op kon zeggen, die mocht dus ook niet meedoen. Boos, boos dat hij was. Maar ook dat resulteerde in een positieve wending. Aan het einde van de les kwam hij naar me toe: hij was van gedachte veranderd en accepteerde de voorwaarde.

Nog één minuut heeft hij kunnen meedoen. Op dat moment keihard, maar hij heeft geleerd dat meedoen aan een spel niet iets is waarin je je kunt laten gaan, maar dat het ook nadelen heeft: je kunt verliezen. En daar moet je mee leren omgaan. Dat moeten wij hen leren. Het grootste gedeelte neemt het van ons aan, maar bij een aantal moet je als spelleider heel consequent zijn.

Voor nu zijn dit mijn twee gouden tips om naar leuke spellen, je spelles zo goed mogelijk te leiden. Mocht je nog een aanvulling hebben, reageer gerust! 

Met deze blog wil ik duidelijk maken dat spel ontzettend leuk is, maar wel op een juiste manier gespeeld moet worden. “Sport is emotie”, wordt dan gezegd, “dat moeten we accepteren.” Betekent dat dan dat je jezelf mag verliezen door de keuzes van de spelleider in twijfel te trekken? Nee, dat moeten we als deelnemers, als samenleving en spelleider juist niet accepteren. De spelleider heeft namelijk altijd gelijk, ook als hij een fout maakt. Hij zorgt ervoor dat het spel gespeeld kan worden en dat wij ons druk kunnen maken op het zo goed mogelijk beoefenen van het spel.

Degene die dat niet kan accepteren of niet kan, heeft een probleem, een probleem dat in eerste instantie niet van ons is of van ons gemaakt moet worden. We willen ze daarbij helpen, ja, maar dit is niet hoe je met elkaar en met de spelleider omgaat. Dan kun je simpelweg gewoon niet meedoen. Voor kinderen een (levens)les die van jongs af aan geleerd moet worden. En als ze dat leren, hebben ze hier nu en later heel veel profijt van.

 

Hoe om te gaan met een hype of rage

Omgaan met een hype of rage

Het kan wel eens lastig zijn hoe je nou op een goede wijze om moet gaan met een hype of een rage. Als ouder wil je natuurlijk dat je kind zo meegaat in een rage dat het bijna een verslaving wordt. Denk hierbij aan de rage rond Pokemon Go, Fidget Spinners en de Bottle-Flip. Kinderen kunnen hier urenlang mee zoet zijn, waarbij je als ouder denkt: hallo, er zijn nog meer dingen op de wereld!

Ook als leerkracht is het soms lastig om hier goed mee om te gaan. De kinderen besteden elk vrij moment wat ze hebben aan deze rage. Al was Pokemon Go iets makkelijker te reguleren, omdat mobiele telefoons bij ons niet in het zicht mogen. Maar met de Fidget Spinner of de Bottle-Flip was het een stuk lastiger.

‘Met mate, met je maten’

Mijn visie hoe om te gaan met een rage is om deze niet te verbieden, maar om het op een goede manier in te zetten. Ik zeg vaak: met mate, met je maten. Hiermee leg ik aan de kinderen uit dat je het samen met je vrienden een rage moet spelen, maar dat je ook andere dingen ermee kunt doen. En dan geef je zelf het goede voorbeeld door er leuke spelletjes mee te bedenken. Dat heb ik gedaan door de rage te gebruiken in mijn lessen d.m.v. een Bottle-Flip Estafette of een Fidget-Spinner spel

Met het goede voorbeeld geven leren kinderen van u als ouder of als leerkracht wanneer het genoeg is. En door in gesprek te gaan met kinderen, leren ze dat het goed is om met een rage mee te gaan, maar dat er ook grenzen zijn.

Mario Kart Koins

Nu zie ik de kinderen uit mijn groep met van allerlei Koins aankomen, die je kunt sparen bij een supermarkt. Nee, geen Bit-coins, maar Mario Kart Koins. Dit zijn munten, het heeft iets weg van Flippo’s (weet u het nog-:)), waarmee je allerlei trucjes kunt doen. Het eerste wat ik heb gedaan is door in gesprek te gaan en erachter te komen wat het is en wat je er allemaal mee kunt. Daar koppelde ik direct een idee aan waar ik deze Koins voor kon gebruiken. We kwamen er als snel achter dat je er allerlei behendigheidsoefeningen mee kunt doen en een kind bedacht al snel het spel Knikkeren met Koins door een pion op z’n kop te zetten. Hoe gaaf is dat?!

Ja, daar hoort dan wel een consequentie bij als leerkracht: wanneer gaan we het spelen in de praktijk? Het laatste kwartier van de dag hebben we daarom allerlei leuke spelletjes met Mario Kart Koins gespeeld. De eis van mij was wel dat ik ze de rest van de dag niet meer wilde zien. Zonder morren werden ze opgeborgen, een aantal leverden ze zelfs in: “Hier meester, het lijkt me verstandiger als u ze bewaart! -;) ”

Missie geslaagd…

Het leed dat gym heet

Sporten is een fantastisch middel om te komen tot zelfkennis: je kunt je grenzen verleggen en hiermee jezelf ontdekken. Daarbij is bewegen gezond, goed voor je sociale contacten en is het zelfs een middel om gelukkig te worden. Dit omdat er bij het sporten een stofje vrijkomt in je hersenen die je gelukkig maakt. Allemaal mooie kanten van sporten, waarbij ik nu al veel positieve aspecten onbelicht laat. Mede daarom beginnen we al vrij vroeg met sporten en krijgen de leerlingen al in de basisschoolperiode gymles.

“Dat vond ik verschrikkelijk!”
Toch hoor ik regelmatig de negatieve kanten van sporten voorbij komen. Vooral de gymles moet het ontgelden. In Nederland zijn de gymlessen zo ingericht dat we de kinderen laten bewegen aan de hand van twaalf bewegingsthema’s, denk aan zwaaien, springen of balanceren. Bij zwaaien moeten de kinderen kunnen zwaaien met een touw of met de ringen; bij springen moeten de kinderen over een kast heen kunnen springen met een wendsprong of over de bok. Vooral het laatste bewegingsthema, springen, daar hoor ik veel over: “Dat vond ik verschrikkelijk!”

Misschien herkent u het bij uzelf terug, hoe u het vond om over de kast of bok te springen. En wat de rol van de (gym)docent of van uw medestudenten hierbij was. Niet dat ik hier nu de wijsheid in pacht heb en nu iedereen op de vingers ga tikken, omdat ik het allemaal goed heb gedaan, maar te vaak hoor ik dat mensen zijn afgeknapt op sporten vanwege negatieve ervaringen tijdens de gymles. “Ik moest die bok over, maar het lukte me niet!” Of “Ik belandde regelmatig tegen de kast, waarbij de (gym)docent mij ‘strafte’ in plaats van hielp.

De rol van (gym)docent is essentieel
Gelukkig worden de gymlessen steeds beter ingericht waarbij rekening gehouden wordt met verschil in niveau. Er staat dan niet één kast op één hoogte waar iedereen overheen moet, er staan er twee /drie waarbij de kinderen kiezen op een geschikt niveau kunnen oefenen. Daarnaast wordt ook steeds meer ingezet op samenwerking, waarbij kinderen elkaar helpen om het doel van de gymles te halen. De gymles wordt hiermee steeds meer een gezamenlijk proces, waarbij een gezamenlijk doel wordt nagestreefd. Een belangrijke voorwaarde is wel dat er een pedagogisch veilig klimaat heerst waarbij fouten maken geaccepteerd wordt en waarbij kinderen het normaal vinden dat de één verder is dan de ander. Daarin is de rol van de (gym)docent essentieel.

De gymles blijft dus gevaarlijk, want in de praktijk bestaat altijd de kans dat een kind beschadigd wordt en hierdoor niet een positieve stimulans krijgt dat bewegen vooral leuk is. Vooral in mijn spellessen, die ook worden gegeven tijdens de gymlessen, kwam dit naar voren. Veel kinderen waren niet aan het bewegen of mochten niet bewegen omdat het spel er zich niet voor leende. Denk aan het trefbalspel: kort gezegd kregen de goede bewegers de bal en de minder goede bewegers stonden er eigenlijk voor spek-en-bonen bij. Als dat gebeurt, is de kans dus groot dat een kind afknapt op sport en spel.

Het heeft bij die constatering bij mij een directe omslag gecreëerd. Ik ben direct anders gaan denken en spellen anders gaan benaderen. Ik liet vanaf dat moment vooral spellen aan bod komen die samenwerking en het denken stimuleerden, denk hierbij aan Hunebed-estafette of Mastermind. Per direct zag ik eigenlijk al een verandering bij de kinderen: de goede bewegers gingen anders bewegen en overleggen, de minder goede of verlegen bewegers voelden zich aangesproken om mee te doen. Een kind zei al snel tegen mij: ik vind gym weer leuk, want ik kan weer meedoen!

“Had ik vroeger maar zulke gymlessen..”
Ik heb deze successpellen gefilmd (wel toestemming gevraagd) en gedeeld op sociale media onder de naam De Spelles. Al snel bleek dat meerdere (gym)docenten behoefte hadden aan dit soort spellen waarbij om het doel te behalen, samengewerkt moest worden. Én dat iedereen beweegt en kán bewegen! Het resultaat was al snel tienduizenden volgers en aandacht vanuit de media (Jeugdjournaal). Ook mensen spreken mij nu aan: “Had ik vroeger ook zulke gymlessen gehad, dan had ik gym wel leuk gevonden!”

Dat raakte mij. Aan de andere kant was het ook een bevestiging dat ik met mijn spellessen op de goede weg ben. Nu geef ik nogmaals aan dat ik hier niet alle wijsheid in pacht heb en dat ik vind dat iedereen mijn lessen moet overnemen. Integendeel, ik pleit ervoor dat iedereen die gym- of sportlessen geeft, continu nadenkt over het leed wat je kunt veroorzaken als kinderen negatieve ervaringen krijgen in de gymles. En al gaan dingen vaak onbewust, we stimuleren het al snel door de verkeerde spellen aan te bieden. Denk daarom erg goed na welk spel je kiest en welke je toch achterwegen laat. Een grondregel is: beweegt iedereen en kán ook iedereen bewegen.

Laten we daarom elkaar erop aansporen dat we niemand de kans ontnemen om in de toekomst niet meer aan sport te doen, vanwege negatieve ervaringen in een gymles. Het gaat om plezier in spelbeleving, nadenken en vooral dat je met samenwerking verder komt dan alleen. Het gaat erom dat ieder kind zich geroepen voelt om te bewegen en ook kán bewegen. Laten we elkaar inspireren, elkaar motiveren en daarmee investeren in de toekomst.